📊 Graph
In 1971 gebeurde er iets wat ons geldsysteem voorgoed veranderde.
President Nixon maakte een einde aan de inwisselbaarheid van dollars voor goud. Tot dat moment zat er dus een harde beperking op hoeveel dollars de VS konden creëren: buitenlandse centrale banken konden hun dollars immers tegen een vaste prijs omwisselen voor goud. In 1971 verdween die laatste rem.
Kijk naar wat er daarna gebeurde.
De Amerikaanse staatsschuld explodeerde. De hoeveelheid dollars explodeerde. En ook het algemene prijsniveau schoot omhoog.
Die ontwikkeling is vanuit de Austrian School goed te verklaren. Wanneer overheden structureel meer uitgeven dan ze binnenkrijgen, financieren ze het verschil met schuld. Centrale banken kunnen dat systeem ondersteunen door de geldhoeveelheid en kredietverlening te verruimen. Meer geld tegenover dezelfde hoeveelheid goederen en diensten betekent uiteindelijk dat iedere afzonderlijke dollar aan koopkracht verliest.
Sinds 1971 wordt de hoeveelheid geld niet langer begrensd door goud, maar uiteindelijk door monetair beleid. Centrale banken bepalen hoeveel geld en krediet het systeem moet absorberen en proberen daarmee tevergeefs onder meer inflatie, werkgelegenheid en economische groei te controleren en sturen.
Bitcoin draait dat principe volledig om.
Geen centrale bank kan besluiten dat er meer bitcoin nodig zijn. Geen regering kan de geldhoeveelheid verruimen om tekorten te financieren. Er komen maximaal 21 miljoen bitcoin en de hoeveelheid nieuwe bitcoin die beschikbaar komt, wordt iedere vier jaar kleiner.
Fiat vraagt ons erop te vertrouwen dat beleidsmakers terughoudend omgaan met de geldprinter. Bitcoin haalt die beslissing bij hen weg.
💭 En maar goed ook